Waakvlam?

Misschien trap ik een open deur in, misschien ook niet. Wellicht ziet ook u namelijk verbanden tussen een en ander dat u bekijkt via de televisie en uw relatie met God. Dat gebeurt mij regelmatig bij het nieuws, dat ons overwegend één bak ellende voorschotelt.

Onlangs konden we zien dat de kraan bij een gasveld in Groningen toch weer op een laag pitje geopend werd. De reden? Er zou eens een energietekort te kunnen ontstaan. De wintertemperaturen waren dan ook ver beneden nul gedaald. Bij vernemen van dat bericht kwam er eerst boosheid in me op, omdat men in Groningen voor een zoveelste keer niet aan bleek te kunnen op toezeggingen en beloftes vanuit de overheid, vervolgens compassie voor inwoners van die provincie. Hoe lang zouden zij het hun aangedane onrecht nog moeten verduren? Van mij zou moeten leven met die aanhoudende stress teveel vragen!

Ineens kwamen – zoals zo dikwijls bij iets dat door moderne media tot me komt – andere gedachten in me op, vrágen! Hoe staat het namelijk met ons geloof? Is dat een onuitputtelijke voorraad? Of staat ons geloof op een laag pitje? Denken we: “God is een onuitputtelijke bron van genade en als ik die nodig heb, als ik last van kou krijg, als het leven me te moeilijk wordt, dan zet ik die waakvlam wel even open."? Biddend in de nood hopen we te ervaren dat God helpt.

In ons dagelijks leven verspillen we veel energie aan zaken die ons uitputten. Met energiebeperkende maatregelen houden we ons niet bezig. Het is er toch gewoon áltijd, gas, elektra en water? Deze voorzieningen zie ik echter als een beeld van voedsel en gezondheid, waarmee de meesten van ons in voldoende mate gezegend zijn. Daardoor hebben we de mogelijkheden om te werken en te genieten van het ontelbaar vele dat ons leven verrijkt.

Maar als gezondheid ons in de steek laat, wat dan? Als we de financiële middelen niet meer hebben om het voedsel te kopen dat we behoeven (voordien kon het in vele gevallen best een tandje minder zijn), wat dan? Als we geen werk meer hebben, onze relaties uiteenspatten, wat dan? Als we steeds weer worden geconfronteerd met beloftes die worden gebroken, wat dan? Als ons dagelijks leven ons aanhoudende stress geeft, wat dan? Gaan we dan kijken of er érgens nog een kraantje is dat we kunnen opendraaien en ons door onze moeilijkheden heen sleept? En wélk kraantje is dat dan?

Als we iedere dag steeds weer beseffen dat alleen God ons alles geeft wat we nodig hebben, dan hebben we geen wáákvlammetje, maar een levend geloof dat ons in vuur en vlam voor Hem zet, dat ons in lichterlaaie zet, dat ons hart verwarmt. Dát brengt hoop in bange dagen met zich mee, méér geloof, méér liefde, want deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Tijd met God doorbrengen in gebed en lezen in Zijn Woord, aandacht besteden aan medemensen, aan hun vreugdes en verdriet, helpen waar we kunnen op alle manieren die we kunnen bedenken, geeft de reservecapaciteit waaruit we in alle seizoenen van ons leven, óók als het bitterkoud wordt, kunnen putten.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn