Kom, verheug je nu
Wat ben je toch verkrampt in Hem omwille van Zijn Naam. Wat ben je toch bedroefd omdat je, ondanks de heerlijkheid in Zijn bestaan, treurt om het lijden van je naaste; ook om de ergernis Hem aangedaan. Zing in je treurgezang toch een opwekkend lied. Kom naar de Bron van ‘t Vaderhuis, waar Hij je kan verkwikken. Kom, laaf je aan Zijn Heilzame Levenszee, zoals een dorstige ree zich laven laat.
En misschien denk je nu, maar ik wil me heel graag laven aan de bron van Zijn bestaan en wil graag met Hem gaan en met Hem de pijnen dragen van deze wereld in wee.
Maar bedenk dan dat jouw schouders veel te licht zijn om ‘t al te dragen en te schragen. Geheel en al geleid en gestuwd door ‘t Godsverstand, geheel en al in ’t Al verweven, laat Hij je medeleven, niet alleen in het verdriet, maar ook in de luister die Hem wordt gebracht in stille stilte, door menig Christenhart. Harten van zielen in Hem geboren. Harten van hen die eren en loven. Harten van mensen die zich door Hem laten wiegen, het ritme volgend van Zijn lied, een wonderlijk lied van geven en delen, van wonden helen en innerlijke verbondenheid ondanks zoveel onhebbelijkheid. Iedere ziel die tot Hem keert geeft aanleiding tot een reuze vreugdefeest. Daarom laat Hij het je zien, opdat je niet alleen de gedachte aan Zijn tranen zou bewaren en je hierop blind zou staren.
Misschien denk jij in gedachten aan al die massa’s mensen van alle rassen en standen, gekleed in allerlei verschillende kleuren, verspreid over deze aarde biddend tot de Vader en realiseer jij je dat het er véél te weinig zijn. Je zou het zo graag anders zien. Je wilt zo graag de wereld veranderen.
Wat ben je toch verkrampt in Hem en verontrust omdat er op aarde geen vrede rust Toch zijn er de stille paden van Zijn heil, verlicht door het Licht van Zijn Zijn, uitnodigend om de vredesweg te gaan, het heilzame pad, het liefdespad, gezegend in Zijn Naam. Het leidt niet naar roem, eer of rijkdom hier op aarde, maar naar rijkdom in ‘t gemoed, omdat het pad, Zijn Heilig pad, geplaveid is met geestelijk vuur en afgebakend met Goddelijke gloed en stralen helderder dan kristal of briljant, duurzamer dan de edelste edelsteen, omdat het is ontstaan door Goddelijke Hand.
Ook de mensen die Zijn weg gaan in witte gewaden, zingend van Zijn glorie en stralend van heiligheid, ook zij zijn klein van aantal, ook dat zijn er veel te weinig. Ze lopen op Zijn weg, maar er zijn vele lege plaatsen en naast het pad is duisternis. Stel je dat eens voor, een weg zonder overgang van licht naar donker zoals bij een gewone straatverlichting, maar een lange, lange weg die sterk verlicht wordt alsof er wel duizenden lichten branden, met aan de horizon een gedeelte van een trap. Het andere gedeelte verdwijnt in de horizon. Hoger dan wij als mensen kunnen zien.
Wat treur je toch om de wonden en de zonden van de wereld. Wat treur je toch in je kinderhart dat te klein is om het geweld en leed van de wereld te dragen en te schragen. Vergeet niet dat er, over de hele aarde verspreid, verlichte zielen zijn. Verheug je met Hem voor hen als Zijn kinderen. De hemel weent, daarom ween jij. Maar weet dat in Zijn Goddelijk hart ook liefde en vreugde leeft voor ieder kind dat Hem oprecht bemint. Ook voor iedere ziel die zich omkeert en verlost van alle overbodige dingen, Zijn heilzaam lied begint te zingen; die hongert naar Zijn Woord, Zijn Vlees, Zijn Bloed en zich door Hem laat verzadigen.
Al zijn er nog veel te veel die ver van Hem staan, Hij zal hen roepen, luid en klaar. Hij zal elke ziel roepen bij hun naam en hen tijd en ruimte geven, bovenop tekens alom, maar de beslissing, moet komen van hunnentwege; daarom heeft Hij immers het geschenk van de vrije wil gegeven
Kom verheug je nu, voor allen die reeds Zijn Weg gaan, voor dezen die reeds op het lichtend pad staan en voor hen die luisterend omkeren bij het roepen van hun naam.
19.11.1993