Ik was net getuige van een gesprek tussen twee dames, ze hadden het over de
komende kerstperiode. De blonde dame ergerde zich aan de commercie om kerst heen
en de andere dame, zwart/grijze haardos, vond dat de kerstgedachte, de geboorte
van Jezus, steeds minder werd gehoord.
“Meid”, zegt de blonde chagrijnig, “wat doet die geboorte er nu toe, dat is een
verhaaltje voor het slapen gaan.”
Ze keek de ander uitdagend aan, want ze wist dat zij en haar gezin gelovig
waren. Bij haar is het geloof allang uit het leven verdwenen.
“Voor mij is Kerstmis toch meer dan een eetfeest,” zei de andere vrouw,
“Jezus, is op aarde gekomen voor ons allemaal. Ja, kijk maar kwaad, maar ook
voor jou is Hij geboren en het is nog niet te laat om Jezus God weer in je hart
te sluiten.”
De blonde keek haar aan en zei: “Je praat als een kip zonder kop. Trouwens wat
eten jullie met kerst, ik ben er nog steeds niet uit. Het is ook moeilijk voor
je alleen wat te bedenken.” Ze keek niets ziend in de verte en verwachtte geen
antwoord.
“Je bent Eerste Kerstdag van harte welkom, want waar tien mensen eten kunnen
er ook elf eten. Ik zou het wel op prijs stellen als je ’s ochtends mee naar de
kerkdienst gaat, want dat is ons begin van Eerste Kerstdag. We eten trouwens
een vegetarische maaltijd, dat is traditie bij ons. Je kunt niet de geboorte van
Jezus vieren en dan Zwartje het konijn gaan eten.”
De blonde vrouw keek de ander met grote ogen aan en liep weg terwijl ze
mompelde: “Ik zie wel wat ik doe met die dagen.”
Het gesprek laat mij niet los, want hoewel wij nog met ons tweeën waren en de
kinderen op Tweede Kerstdag komen eten en cadeautjes halen, vooral dat laatste
is erg belangrijk, doen wij niets aan Kerstmis. Ik kijk in de etalage van een
kledingzaak en zie een oude man met een grijze bos haar en een ontevreden trek
over zijn gezicht. Terwijl ik net de vijftig ben gepasseerd, zie ik een oude man
staan. Verderop ligt het café van oude Sjaan en ik slof daar naar binnen. Er
zitten drie mannen aan de bar en zijn blij met nieuw voer.
“Hé, Freek Janszoon, wat brengt jou zo vroeg hier?” vraagt de jongste van de
drie.
“Och Karel, ik kwam hier toevallig langs. Sjaan doe mij een koffie met een
cognacje.”
Ik hijs mij op een kruk naast Ali, een gastarbeider uit Marokko die hier al
sinds 1960 in Nederland woont en nog nooit één dag zonder werk is geweest. Nu is
hij gepensioneerd en heeft een versleten rug.
“Ali, hoe staan de zaken?” vraag ik aan hem.
“Ach Freek, de haven heeft mijn rug gebroken, nu zit ik bij ouwe Sjaan pijn te
lijden.”
Ik geef Sjaan een teken om Ali er nog eentje te geven, wat ook prompt gebeurt.
Na een half uurtje en twintig euro armer verlaat ik het etablissement van oude
Sjaan. Ik loop naar huis en onder het lopen krijgt een gedachte vorm in mijn
hoofd. Mijn stap wordt sneller en ik merk dat een glimlach mijn mond versierd.
Ik voel me opeens weer jong en kwiek.
Thuis zit Trees rustig met een borduurwerkje op de oude bruine bank. Ze
verwelkomt haar man met een warme glimlach en vraagt of hij koffie blieft. Als
ze aan de koffie met gevulde koek zitten, komt Freek met zijn plan.
“Trees, lieverd,” begint Freek voorzichtig en gaat verder na een bemoedigend
knikje van zijn eega.
“Je weet dat wij al jaren niet echt meer kerstfeest vieren.”
Trees kijkt hem verwonderd aan en knikt bedenkelijk.
“Ja, je kijkt nu wel met een blik: waar wil hij heen maar meer dan cadeautjes en
op Tweede Kerstdag een lekkere maaltijd voor de kinderen en kleinkinderen is
Kerst niet meer. We gaan zelfs niet meer naar de kerk.”
Even zitten beiden met hun gedachten in de tijd dat Kerstmis voor hun meer was
dan een versierde boom, cadeautjes, lekker eten en een stevige borrel. Het duurt
dan ook een paar minuten voor dat Freek verder gaat met zijn plan.
“Nu was ik vanmorgen in het café van oude Sjaan en kwam daar drie stamgasten
tegen die helemaal alleen zijn met de kerstdagen; alleen het café is hun thuis
en oude Sjaan doet helemaal niets met zulke dagen. Ze wil zelfs met Kerstmis het
café sluiten en ik vraag mij dan af waar haar klanten heen moeten....”
“Je hebt volgens mij een plan,” zegt Trees, “maar als ik op het plan van jou
moet wachten, is de kerst al lang voorbij.”
Trees kijkt haar man uitdagend, maar ook afwachtend aan. Ze is benieuwd wat voor
plan Freek heeft bedacht, maar hij is zo langdradig – bedachtzaam volgens Freek
zelf – dat Trees er soms kriebelig van wordt.
“Niet zo ongeduldig Trees,” zegt Freek kalm, “mijn plan is simpel en
uitvoerbaar, maar daar moeten jij en Sjaan aan meewerken.
Ik had gedacht dat wij dit jaar niet thuis Kerstmis vieren, maar in het café van
oude Sjaan.”
“Dus thuis niet versieren, maar in dat café?” vat Trees het hele verhaal samen.
“Klopt,” knikt Freek, “maar mijn plan gaat nog iets verder. Wij vieren het hele
feest daar, dus ook ’s avonds naar de kerstnachtdienst met Sjaan en al haar
gasten in de kerk waar wij vroeger ook naar de nachtdienst gingen en die kerk
staat aan het eind van de straat waar het café van Sjaan aan ligt, dus we kunnen
er lopend heen.”
Freek kijkt zijn Trees hoopvol aan en die kijkt bedenkelijk terug. Het plan
lijkt haar geweldig, want ze vond de laatste jaren niets meer aan Kerstmis. Dat
feest duurde bij hun maar welgeteld één dag: Tweede Kerstdag als de kinderen
komen.
“Freek het is een mooi plan, maar is het ook uitvoerbaar? Moeten de kinderen dan
op Tweede Kerstdag naar het café komen, of zijn wij dan al weer thuis”
“Nee Trees, wij zijn dan nog niet thuis en ja, de kinderen vieren kerst in het
café van Sjaan. Een onderdeel van mijn plan is van het café een kerststal te
maken. Ik weet dat Sjaan boven nog wat kamers heeft en dat wij dan Kerstavond,
Eerste, Tweede Kerstdag en ook de zondag na kerst, ook wel derde kerstdag
genoemd in het café verblijven en maandag alles weer afbreken.”
“Als Sjaan dat goed vindt allemaal,” merkt Trees een tikkeltje cynisch op. Ze
vindt het plan wel goed en ook een nobel streven, maar er zijn volgens haar te
veel haken en ogen aan. Stel dat alles doorgaat en er komt geen mens.
Freek is opgestaan en zegt tegen zijn vrouw: “Kom we gaan het Sjaan meteen
vragen.”
Stevig gearmd lopen Freek en Trees Janszoon naar het café van oude Sjaan. Het is
vlakbij, nog geen tien minuten van hun huis vandaan. Ze zijn beiden met hun
gedachten bij het plan van Freek en nu ook van Trees en voor ze het weten, staan
ze al voor het café. Binnen is het nu wat drukker en ze bestellen allebei een
koffie.
“Sjaan, we willen even met je praten,” begint Freek, “heb je even tijd?”
Sjaan kijkt de twee aan en ziet dat het ernst is. Ze vraagt een klant of die
haar even wilt vervangen en gaat met hun naar het kleine kamertje achter de bar.
“Zeg maar waar jullie over willen praten.”
Sjaan kijkt de twee voor haar een beetje wantrouwig aan.
Freek vertelt zijn plan zoals hij dat ook aan Trees heeft verteld en af en toe
vult Trees hem aan. Sjaan kijkt hun eerst aan of ze water ziet branden, maar
gaandeweg het verhaal ziet ze dat het de beiden ernst is. Als Freek zijn zegje
heeft gedaan, kijkt Sjaan hem aan en zegt:
“Nou dat is heel wat. Hoe wil je de gelagkamer verbouwen tot stal? Ik heb daar
geen geld voor liggen in mijn ouwe sok. Dat van die nachtdienst op kerstavond
kunnen jullie wel vergeten, want veel klanten hebben niets met het geloof op.
Wat betreft dat slapen zie ik geen problemen, jullie moeten wel zelf de
kamertjes opruimen en schoonmaken. Voor de rest zie ik geen bezwaren.”
Freek en Trees kijken elkaar aan en halen opgelucht adem. Het liep beter dan ze
hadden verwacht. Ze zeggen tegen Sjaan dat ze nu alles gaan regelen. Trees gaat
met Sjaan mee naar boven om de kamers te bekijken. Het zijn drie niet zo’n grote
kamers waar op twee kamers een twijfelaar staat, een smal tweepersoonsledikant.
‘Binnen een dag heb ik dit schoon en leeg,’ denkt Trees en loopt achter Sjaan
aan naar de gelagkamer, waar Freek al in druk gesprek is met de klanten. Trees
vertelt hem in een paar woorden over de kamers en Freek knikt tevreden. Het gaat
zoals hij het allemaal in gedachten heeft. Samen lopen ze weer naar huis,
tevreden en wel.
De volgende dag gaat Freek aan de slag. Eerst brengt hij een bezoek aan zijn
vriend Pim Jansen die de decors bedenkt en bouwt voor de plaatselijke
toneelvereniging en vraagt of hij de gelagkamer van het café van oude Sjaan kan
verbouwen tot stal van Bethlehem. Pim krabt eens achter zijn oren en pakt het
schetsboek en begint te tekenen.
“Bedoel je zoiets Freek?”
Pim laat Freek een paar schetsen zien van de gelagkamer van het café, maar nu
omgetoverd tot een stal. Freek kijkt bewonderend naar de tekeningen en knikt:
“Mooi Pim, heel erg mooi. Eigenlijk nog mooier dan in mijn gedachten.
Hoelang gaat zo’n metamorfose duren, want het is over 14 dagen al kerst en wat
gaat zoiets kosten.”
Pim kijkt zijn vriend aan en zegt: “Met wat hulp hooguit twee dagen en ik heb
hier en daar nog wat spullen liggen; ik denk aan 250 euro alles bij elkaar. Of
is dat te veel?”
Freek schudt zijn hoofd en zegt: “Pim, dat is fantastisch. Je mag het maken en
kun jij deze schetsen kopiëren?”
De man loopt naar een andere kamer en komt met drie setjes kopieën terug. Freek
pakt ze dankbaar aan en gaat verder naar de volgende hulphalte.
Daarvoor moet hij naar de predikant van de kerk, dominee Herbert Steensel. De
pastorie ligt vlakbij de kerk, dus ver hoeft Freek niet te lopen. Hij belt bij
de pastorie aan en de dominee doet open.
“Broeder Janszoon, wat een verrassing; kom binnen man, kom binnen.”
De dominee houdt de deur uitnodigend open en Freek stapt de gang in. Hij loopt
achter Steensel de gezellige, warme studeerkamer in.
“Wat kan ik voor je betekenen Janszoon?”
Nieuwsgierig kijkt Herbert Steensel de man aan. Het is zeker vijf jaar geleden
dat deze man in zijn kerk is geweest.
“Het zit zo dominee...” en Freek vertelt over zijn plan om het café van Sjaan
voor Kerstmis om te bouwen tot stal van Bethlehem en ook over de
Kerstnachtdienst, waar hij met de klanten en andere aanwezigen naar toe wil.
“En nu was mijn gedachte of u misschien een aantal stoelen op de laatste rij kan
reserveren voor de mensen die met mijn vrouw en ik mee willen naar de kerk.
Verder zou ik u willen vragen of de deurcollecte van aanstaande zondag voor dit
project wilt bestemmen. Ik weet dat de kerkenraad daar over moet beslissen, maar
naar u wordt meestal goed geluisterd.”
Afwachtend kijkt Freek de dominee aan; deze heeft de handen gevouwen en kijkt
Freek aan.
“Dat is een mooi, nobel en vooral Christelijk streven om de eenzamen en ik denk
dan vooral aan de dak- en thuislozen, een onderdak aan te bieden. Ik zal de
koster opdracht geven om de hele achterste rij te reserveren. Nu even over de
collecte, ik denk dat niet een bezwaar zal zijn en ik zal de diaconie ook vragen
om een extra donatie op één voorwaarde: dat jij en je vrouw zondag naar de
eredienst komen.”
Freek knikt en zegt: “Uiteraard zullen Trees en ik er zondag zijn en nu al
bedankt dominee voor uw medewerking.”
Ze drinken nog samen een kop koffie die de vrouw van de dominee heeft binnen
gebracht.
Daarna gaat Freek naar het raadhuis om met de wethouder te praten. Freek is lid
van een politieke partij en kent zodoende wethouder van de Berg. Hij heeft al
telefonisch een afspraak gemaakt.
In het raadhuis wordt hij door een bode naar de wethouder gebracht.“Dag
Janszoon, neem alvast plaats, ik ben zo klaar met deze papieren. Zo wat heb jij
op je lever, want zo vaak zie ik je niet hier in het raadhuis.”
De wethouder belt voor twee koffie en zegt dat hij het komende half uur niet
gestoord wil worden. Een jonge vrouw brengt de koffie binnen en verdwijnt weer
even geruisloos als ze binnen is gekomen.
Freek vertelt over zijn plan en wat er tot nu al bereikt is.
“Nu is mijn vraag aan u of u dit project wil steunen met een bedrag, zodat wij
de gasten iets te drinken en wat te eten kunnen aanbieden. Zelf denk ik aan een
bedrag van 5000 euro. Wat er over is geef ik uiteraard weer terug, want het is
tenslotte gemeenschapsgeld.”
Wethouder van de Berg kijkt even naar het plafond en vraagt of Freek met hem mee
loopt. Twee deuren verder gebaart hij om even te wachten en gaat naar binnen. Na
een paar minuten doet van de Berg de deur open en vraagt hem binnen te komen.
Het is een mooie, grote kamer met uitzicht op het prachtige park achter het
raadhuis. Achter het grote bureau staat de burgemeester van het stadje die
uitnodigend haar hand uitsteekt naar Freek.
“De wethouder heeft mij van uw plannen op de hoogte gebracht en ik moet zeggen
dat ik er erg van ben gecharmeerd. Wij juichen elk burgerinitiatief van harte
toe en zijn dan ook bereid om u nu al 5000 euro toe te zeggen. Ik moet er meteen
bij vermelden dat dit jaar in de sporthal een grote kerst-in is voor dak- en
thuislozen, maar uw plan is zo mooi dat wij daar graag onze medewerking aan
verlenen.”
De burgemeester gaat staan en loopt mee naar de deur waar zij Freek een hand
geeft en zegt dat hij alles met de wethouder moet regelen. Terug op het kantoor
wordt alles geregeld en binnen vijf werkdagen zal het geld op zijn bankrekening
staan. Geëmotioneerd neemt Freek de uitgestoken hand en gaat naar buiten, de
frisse lucht in.
Hij moet nog een paar bezoeken afleggen, maar gaat eerst op weg naar het café
van Sjaan, want daar zou Trees heen gaan om de slaapkamers leeg te ruimen en
schoon te maken.
In het café is het drukker dan normaal. Pim Jansen is al druk de gelagkamer aan
het opmeten en Sjaan staat met twee leveranciers te praten en als ze Freek ziet,
zwaait ze uitbundig naar hem. Freek loopt naar Sjaan toe en die begint
enthousiast te vertellen.
“Deze twee heren willen graag een steentje bij dragen aan de kerststal. Praat
jij
eens met die twee gasten.”
Freek moet lachen om de uitdrukking op het gezicht van Sjaan en van die ‘twee
gasten.’
Als hij even rondkijkt, ziet hij zeker acht klanten en dat is beslist niet gek.
“Heren u wilt dus iets betekenen voor ons. Wat denk u van het idee om de man met
die grote duimstok financieel te ondersteunen. Het gaat om een bedrag van 250
tot 500 euro.”
De heren gaan even met elkaar in gesprek en zeggen toe dat ze ook zoiets in
gedachten hadden. Freek stelt voor dat ze dan maar meteen met Pim moeten gaan
praten. Pim kijkt vreemd op als die twee gasten op hem afstappen, maar na hun
verhaal is hij razend enthousiast en komt lachend op Freek af.
“Man ze willen alle kosten betalen die ik maak en dat is een pak van mijn hart.
Het wordt de mooiste kerststal die er ooit heeft gestaan. Ik weet ook nog een
een grote kerstbeelden groep te staan die ik nu zeker kan aanschaffen.”
Fluitend loopt Pim Jansen weer te meten. Freek heeft ondertussen van Sjaan te
horen gekregen dat Trees met een vriendin boven bezig is. Hij loopt naar boven
en ziet daar dat één kamer al klaar is en de twee dames met een kop koffie
zitten uit te puffen in de schone kamer. Blij verrast kust Trees haar man en ook
haar vriendin geeft Freek een klapzoen op zijn wang. Freek brengt verslag uit
wat er tot nu toe allemaal gebeurd is en weer krijgt hij twee klapzoenen.
Trees vertelt dat zij met haar zoon heeft gebeld en de tranen springen weer in
haar ogen.
“Vanmorgen heb ik met Joost gebeld en die zei dat ze niet komen met kerst.
Ze hebben geen zin om de kerst in de negerhut van oom Tom door te brengen.
Nu willen ze de woensdag na kerst een uurtje komen.”
“Graag of helemaal niet Trees, graag of helemaal niet.”
Freek kijkt Trees aan en veegt de tranen uit haar ogen. Hij vraagt aan de
vriendin of ze het vanmiddag alleen redt, dan neemt hij Trees mee voor de andere
gesprekken. De vriendin vindt dat een prima idee.
Na het eten gaan Freek en Trees op pad om de mensen enthousiast te maken voor
hun plan. De supermarkten die ze bezoeken zijn allemaal bereid om mee te werken
en in de volgende editie van het plaatselijk weekblad “StreekNieuws” komt een
uitgebreid verhaal over de ‘Kerststal’.
De drie restaurants zeggen ook hun medewerking toe en zo blijkt het een zeer
productieve dag voor het plan ‘café De Kerststal’ zoals “StreekNieuws” hun plan
noemt.
Het is de 23e december en de gelagkamer is omgetoverd tot een sfeervolle stal
van sloophout, stro, zaagsel en een kerstgroep van grote beelden. Pim Jansen
heeft op het dak van het café ook nog een grote ster aan de schoorsteen
vastgemaakt die dag en nacht blijft branden en de toegangsdeur is van binnen en
van buiten bekleed met sloophout. In de stal zelf hangen allemaal spotjes die
zijn weggewerkt, maar genoeg licht geven. Uiteraard zitten er led-lampen in,
want het milieu verdient zeker in 2009 extra aandacht.
De kamer achter het café staat vol met drank en etenswaren. Je kunt je kont er
niet meer keren, tenminste dat zegt Sjaan steeds, maar ze lacht er wel bij want
zo veel omzet als de laatste tijd heeft ze niet meer gedraaid. Het is inderdaad
elke dag een drukte van belang vooral na het stuk in het “StreekNieuws”. Er zijn
al veel mensen komen vragen of ze op Kerstavond en de beide kerstdagen welkom
zijn. Freek zegt er altijd bij dat op Kerstavond de gasten die binnen zijn, mee
gaan naar de Kerstnachtdienst en daarna gaan we zingend terug naar ‘De
Kerststal’. Voor een hapje en een drankje in de vorm van glühwein of
chocolademelk, alles geschonken door de plaatselijke middenstand.
De deur gaat open en er komt een zwerver binnen. Zijn kleren hangen als lompen
om hem heen en hij oogt koud en hongerig. Freek loopt op hem af met en kop
dampende soep en brengt hem naar een tafeltje, maar de zwerver pakt een stoel en
gaat bij de kerstgroep zitten. Hij ziet er nu uit als een herder die de
boodschap heeft ontvangen dat er een Kind is geboren.
“Dit is nu precies wat ik bedoelde: een plaats voor de mensen waarvoor geen
plaats meer is in onze maatschappij. Het zijn maar een paar dagen, maar die paar
dagen bieden wel plaats aan mensen zoals die man daar.”
Hij wijst naar de man bij de kerstgroep. Iedereen knikt instemmend en kijken hoe
de man de soep eet. In de loop van de avond komen er nog zes zwervers bij en
allemaal zoeken ze de kerstgroep op en krijgen eten en drinken.
Café ‘De Kerststal’ zoals het deze kerst heet, blijft de hele nacht open en de
agenten die dienst hebben, lopen soms binnen om even hun koude handen te warmen
en ze worden ook warm van de zwervers die vredig slapen bij de kerstgroep.
De volgende dag, 24 december is het nog drukker in het café. Veel mensen komen
een kijkje nemen en een praatje maken met bekenden. Het is de ontmoetingsplaats
in de wijk geworden en soms van ver daar buiten. Ook blijven de goederen
binnenstromen, zelfs in de kamers boven staat nu van alles. Freek heeft met
Trees en Sjaan afgesproken dat alles wat over is naar de Voedselbank gaat.
Het is negen uur ’s avonds. Boven het café brandt de ster en binnen zitten de
zwervers bij de kerstgroep te genieten van glühwein. Dan gaat de deur open en
vijf mensen komen naar binnen, twee volwassenen en drie niet meer zo jonge
kinderen. Ze kijken vol verbazing naar de ‘nieuwe’ inrichting van het café. Dan
merkt Trees de mensen op en legt haar hoofd op de schouder van haar man Freek
die met de rug naar alles toe staat. Hij draait zich naar zijn vrouw toe en zij
wijst naar de vijf mensen die net zijn binnengekomen. Ook in Freek zijn ogen
springen de tranen en samen lopen ze naar de mensen toe.
“Kinderen”, zegt Freek met een brok in zijn keel, “kinderen wat doen jullie je
moeder en mij hier een groot plezier mee dat jullie toch
zijn gekomen.”
Ze vallen elkaar in de armen en iedereen begint door elkaar te praten. Lachend
zegt Freek tegen Koos, zijn zoon: “Vertel jij nu eens hoe het komt dat jullie
toch naar deze negerhut zijn gekomen.”
Koos vertelt dat hij met zijn schoonouders heeft afgesproken om de zondag na
kerst bij hun te komen en dat komt ook door het stuk in de krant over café ‘De
Kerststal’. Toen we dat stuk hadden gelezen, wisten we waar wij dit jaar
Kerstmis moeten vieren.
Inmiddels is het tijd geworden om naar de Kerstnachtdienst te gaan en iedereen
gaat zonder bezwaren mee; zelfs de zwervers lopen mee naar de kerk. Sjaan blijft
op haar café passen en zorgt dat straks alles klaar staat. Trees heeft een tas
bij zich en ze laat Freek de inhoud zien en die geeft haar een dikke zoen.
De dominee heeft woord gehouden: de hele achterste rij is gereserveerd. De
organist speelt prachtige kerstliederen waar de aanwezigen van genieten en ook
mee zingen. Ze kijken wel even op toen de bonte stoet binnenkomt, maar iedereen
weet van café ‘De Kerststal’ dus vreemd vinden zij het niet.
De dienst is een echte kerstdienst, voor de dominee uit lopen kinderen met
brandende kaarsen die vooraan in de kerk door volwassenen in kandelaars worden
gezet en zo staan daar meerdere cirkels met brandende kaarsen. Een kind vertelt
dat elke cirkel staat voor een werelddeel, zodat op deze hele aarde vanavond en
vannacht het Licht komt.
Dominee Steensel eindigt zijn preek met: “Ik heb u over de geboorte verteld van
het Kindje Jezus, maar het is veel belangrijker
dat wij dat moment samen delen, want luisteren en delen zijn twee heel
verschillende dingen. Ik wil daarom het moment met u allen delen dat wij hier
samen zijn en delen dat Jezus Christus, onze Verlosser in deze Kerstnacht wordt
geboren voor alle mensen op deze aarde. Ja, Hij wordt ook voor u geboren,
misschien wel juist voor u.
Amen.
Buiten deelt Trees aan haar ‘klanten’ een brandende kaars uit en “Stille Nacht”
zingend lopen ze terug naar ‘De Kerststal’ waar Sjaan de mensen opwacht met
glühwein en chocolademelk met echte slagroom. Er zijn ook allerlei hapjes waar
gretig gebruik van wordt gemaakt. Het is al erg laat als het eindelijk rustig is
in ‘De Kerststal’, alleen de ster straalt op het dak. Boven in hun bed zegt
Freek tegen Trees: “Nu wordt het Kindje Jezus weer in alle harten geboren en
iedereen die in zijn hart kijkt weet er nu van.”
Trees knikt en kruipt lekker in de armen van Freek en met een glimlach op haar
gezicht valt ze in slaap.
Het wordt voor veel mensen een kerst om nooit te vergeten. Ook bij de kerst-in
in de sporthal weten ze dat er een café De Kerststal in de stad is, want het
diner wordt wel bezocht door de dak- en thuislozen, maar de rest van de dag
zitten ze in café ‘De Kerststal’ van ouwe Sjaan, want daar heerst pas een echte
sfeer van samen delen zonder dat men discrimineert. Daar kunnen ze mens zijn
tussen de mensen en dat is precies het gevoel van Kerstmis:
“Mens mogen en kunnen zijn tussen de mensen; met die gedachte is Jezus Christus
niet voor niets geboren op deze aarde en in onze harten: mens tussen de mensen.
Door de vele giften, donaties en de deurcollecte in de kerk, blijft er nog 4000
euro over die Freek weer terug geeft aan de gemeente. Het gemeentebestuur is
hier zeer over te spreken.
De levensmiddelen en frisdranken gaan naar de Voedselbank en die zijn ook blij
met deze geste, want zij helpen mensen die ook mens willen zijn tussen de
mensen, maar daar een klein beetje hulp bij nodig hebben.
Kerst in "De Kerststal"
- Gegevens
- Geschreven door Eijbergen, Klaas van
- Categorie: Kerstoverdenkingen
- Hits: 11402